Vind een Maandblad aflevering

Kies de maand en het jaar waarin het nummer dat je zoekt is verschenen en ga naar de aflevering.

* Van 2012 tot en met heden vind je naast de artikelen van de betreffende maand ook het volledige nummer integraal.
* Vóór 2012 vind je per nummer alleen de losse artikelen die in dat nummer zijn verschenen en kun je niet het volledige nummer integraal bekijken.

Deeplink naar deze pagina:
https://juridischeuitgeverij.nl/aam/201903

Maandblad maart 2019

Taal is zeg maar echt een ding

J. van Mourik, S.N.P. Wiznitzer

Al jaren wordt gediscussieerd over manieren om het Nederlands van rechtenstudenten te verbeteren. Vaak wordt gedacht aan selectie van eerstejaars studenten op basis van hun taalniveau. Wil men het Nederlands van rechtenstudenten op het gewenste niveau brengen, dan is naar onze mening het invoeren van een ‘toelatingsproef’ echter niet voldoende.

Opinie | Redactioneel
Maart 2019
AA20190171

De Curaçaose Protected Cell Company

H. Koster

In deze bijdrage gaat de auteur in op de Protected Cell Company naar het recht van Curaçao. Dit is een rechtspersoon die over meerdere afgescheiden vermogens kan beschikken opdat schulden die verband houden met een van de afgescheiden vermogens niet kunnen worden verhaald op het algemene vermogen van de Protected Cell Company of op een van de andere afgescheiden vermogens.

Blauwe pagina’s | Caribisch recht
Maart 2019
AA20190172

Vreemd recht

Over de toepassing van buitenlands recht in het Nederlandse burgerlijk proces(recht)

E.S. Pannebakker

Civiel recht van alle rechtsstelsels van onze planeet kennen en toepassen, is dit science-fiction? Niet helemaal, zo laat deze amuse zien. Op een geschil dat een internationaal karakter heeft kan buitenlands recht van toepassing zijn. Om zo’n geschil te beslechten dient de Nederlandse rechter op grond van artikel 10:2 BW vreemd recht ambtshalve toe te passen. In deze bijdrage worden enkele knelpunten bij de toepassing van buitenlands recht in de Nederlandse rechtspraak in kaart gebracht.

Opinie | Amuse
Maart 2019
AA20190174

Dient de procedure van benoeming van de vicepresident van de Raad van State te worden gewijzigd?

P.P.T. Bovend’Eert

De benoeming van de vicepresident van de Raad van State was van oudsher een partijpolitieke aangelegenheid. De procedure van benoeming is in de loop der jaren aangepast. Er vindt een open werving plaats. Politieke gezindheid van kandidaten is geen selectiecriterium meer. De aangepaste benoemingsprocedure is niettemin nog altijd een interne aangelegenheid binnen de regering. De vraag is aan de orde of die procedure nog verder versterkt kan worden door de Tweede Kamer formele zeggenschap te geven bij de benoeming van de vicepresident. Daarvoor valt veel te zeggen vanuit een staatsrechtelijk oogpunt bezien.

Opinie | Opiniërend artikel
Maart 2019
AA20190177

Het Openbaar Ministerie en de strafbeschikking. De voortdurende ontlasting van de rechtspraak

M. Otte

Sinds het Openbaar Ministerie zelfstandig straffen kan opleggen is er kritiek op de kwaliteit van de zogeheten strafbeschikking. De officier van justitie zou te schielijk straffen, zonder voldoende bewijsmiddelen en zonder dat de verdachte voldoende rechtsbijstand heeft. Ook keert de vraag steeds terug of toch niet beter de strafrechter deze zaken kan afdoen. In deze bijdrage bespreek ik een deel van deze kritiek en schets ik een ander perspectief.

Opinie | Opiniërend artikel
Maart 2019
AA20190182

Seksuele intimidatie als zwaarwegende factor

I.M. van Erkel, M.M. Govaert

De weging van het ontslag op staande voet in #metoo-zaken is onderwerp van debat. De vraag is hoe ongewenst gedrag moet worden gekwalificeerd en hoe dit vervolgens moet worden meegewogen in een ontslag op staande voet.

Opinie | Opiniërend artikel
Maart 2019
AA20190186

Urgenda tegen de Staat der Nederlanden: aan wiens kant staat de Nederlandse burger eigenlijk?

O. Spijkers

In het rechtbankvonnis (2015) in de Urgenda-zaak werd het nalaten van de Nederlandse Staat om de uitstoot van broeikasgassen vanuit Nederlands grondgebied tot een aanvaardbaar niveau terug te (doen) brengen, beschouwd als een schending van de zorgplicht (gevaarzetting) van artikel 6:162 lid 2 Burgerlijk Wetboek. Door dit nalaten bracht Nederland de eigen bevolking in gevaar. In 2018 kwalificeerde het gerechtshof datzelfde nalaten door de Staat als een schending van de mensenrechten van de Nederlandse bevolking, in het bijzonder het recht op leven en een schone leefomgeving. In deze bijdrage onderzoek ik of de Urgenda-zaak gezien kan worden als een succesvol voorbeeld van strategisch procederen voor mensenrechten, dat wil zeggen het op een strategische manier inzetten van een juridische procedure, waarin de mensenrechten centraal staan, om op deze wijze te proberen algemene beleids­wijzigingen teweeg te brengen in het belang van de samenleving als geheel. Daarbij kijk ik ook naar de reactie van de Nederlandse samen­leving op deze procedure. Die lijkt verdeeld. Sommige Nederlandse burgers beschouwen Urgenda als een stichting die moedig opkomt voor de goede zaak, anderen hebben juist meer sympathie voor de weifelende Nederlandse Staat.

Opinie | Opiniërend artikel
Maart 2019
AA20190191

De Leidse Juridische Bibliotheek: prachtig, maar denk aan toegangskaart

E.H. Hondius

Juridische bibliotheken worden steeds minder bezocht voor hun mooie collecties, maar ‘browser’ Ewoud Hondius raadt de lezer toch aan de prachtige juridische bibliotheek in Leiden eens te bezoeken. Maar, zo waarschuwt hij, vergeet dan niet een toegangspas te regelen!

Opinie | Column
Maart 2019
AA20190181

Rechtspreken roep ik gaat van Hm

M.V. Polak

Rechtspreken is niet gemakkelijk. Een rechter hoort vaak een kakafonie van door partijen aangedragen standpunten, en moet dan een oordeel vellen. Hoe? Met een flinke dosis scepsis én ‘willing suspension of disbelief’, aldus Martijn Polak in deze column.

Opinie | Opiniërend artikel
Maart 2019
AA20190190

Proportionele doorbreking van wettelijke limitering bij stilzitten wetgever

W.H. van Boom

HR 18 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:729 (gebroken giek)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Maart 2019
AA20190199

Het moeras van de actieve wanprestatie

R.M. Wibier

HR 9 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2067 (Curatoren/Verhuurder)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Maart 2019
AA20190209

De voorzieningenrechter die de kat de bel aanbond

A.W. Jongbloed

Rechtbank Noord-Holland (voorzieningenrechter; zittingsplaats Alkmaar) 7 februari 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:910

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Maart 2019
AA20190214

Rechtstreekse doorwerking van het EU Handvest van de grondrechten in privaatrechtelijke rechtsverhoudingen

A.S. Hartkamp

Hof van Justitie (Grote Kamer) 6 november 2018, gevoegde zaken C-569/16 en C-570/16, ECLI:EU:C:2018:871 (Stadt Wuppertal/Maria Bauer en Volker Willmeroth/Martina Broßonn)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Maart 2019
AA20190218

Is er toekomst voor de sociale advocatuur?

M. Westerveld

In 2010 bracht de Orde van Advocaten een bundel uit ter gelegenheid van het vijfendertigjarig bestaan van de sociale advocatuur. Er leefden toen al enige twijfels over de toekomst van dit segment van de balie. Het laatste hoofdstuk draagt de titel: ‘De sociale advocaat, lang zal hij leven!?’ Hoe is dat nu? Blijft de sociale advocatuur een stabiele factor in rechtshulpland of gaat het doek binnenkort toch echt vallen voor dit type dienstverlening? In deze bijdrage ga ik proberen een antwoord op die vraag te geven.

Rode draad | Toegang tot het recht
Maart 2019
AA20190226

‘Blended learning’ in de studie rechten

Hoe digitale middelen het juridisch onderwijs versterken

U.R.M.T. de Vries

Digitale middelen hebben een toegevoegde waarde in het (juridisch) onderwijs, zolang zij ten dienste staan aan de studie van het recht. ‘Blended learning’, als een structurele toepassing in het juridisch onderwijs, stelt studenten in staat om op een hoger niveau zich het recht eigen te maken. Studenten kunnen zo in een studieritme komen waarmee zij de schaarse contactmomenten met elkaar kunnen verbinden.

Perspectief | Tweeluik
Maart 2019
AA20190233

Blended learning: mixed feelings

Enkele kanttekeningen bij de digitalisering van het rechtsonderwijs

R.J.B. Schutgens

Digitalisering van het rechtenonderwijs biedt mooie perspectieven, maar er kleven er ook nadelen aan. De internettisering is doorgedrongen tot in het hart van de collegezaal. Schutgens betoogt dat een ouderwets live college, met schoolbord, pen, papier en vooral offline studenten, toch ook zo zijn voordelen heeft.

Perspectief | Tweeluik
Maart 2019
AA20190237

Ars Aequi-prijs 2017-2018

C.P.M. Cleiren, J. Legemaate, P. Vlas

De Ars Aequi-prijs, bestaande uit een geldprijs van € 1.000 en een etentje met jury en redactie, wordt door de Stichting Ars Aequi uitgereikt aan de auteur van het beste studentartikel dat in het voorafgaande jaar (of in een voorkomend geval voorafgaande twee jaren) in het maandblad Ars Aequi is verschenen. Een onafhankelijke jury bepaalt welk artikel wint. De jury voor de Ars Aequi-prijs 2017-2018 bestond uit Tineke Cleiren (voorzitter), Johan Legemaate en Paul Vlas.* Zij schreven dit juryrapport.

Overig | Juryrapport | Perspectief | Juryrapport
Maart 2019
AA20190241

Buiten promovendi gerekend

R.A.J. van Gestel

Recente affaires suggereren dat financiële prikkels een negatieve invloed zouden kunnen hebben op de kwaliteit van de proefschriften van met name buitenpromovendi. De minister van OCW ontkent dit vooralsnog, maar degelijk onderzoek ontbreekt. Het gevaar van een neerwaartse spiraal blijft bovendien bestaan nu de minister enerzijds promotiepremies aftopt, maar anderzijds aandringt op meer promoties met een grotere nadruk op praktische relevantie en meer betrokkenheid van overheden en bedrijven. De vraag is of voor juridische proefschriften juist niet meer aandacht nodig is voor methodologie, theorievorming en dus wetenschappelijke relevantie.

Perspectief | Perspectiefartikel
Maart 2019
AA20190242

Rechtenopleiding en advocatenkantoor: samenwerken?

A.F.M. Dorresteijn

Universitaire rechtenopleidingen en advocatenkantoren hebben uiteenlopende missies, maar de praktijk leert dat dat samenwerking niet in de weg staat. Rechtenopleidingen moeten daarbij beperkingen in acht nemen om haar wetenschappelijke karakter niet te verloochenen. Desalniettemin zijn er verschillende niveaus van samenwerking die voor beide partijen voordeel kunnen opleveren.

Perspectief | Perspectiefartikel
Maart 2019
AA20190248