Resultaat 1–12 van de 535 resultaten wordt getoond

‘(On)eerlijk duurt het langst’ of hoe het Burgerlijk Wetboek een gelegenheid tot (kunst)diefstal schept

R. Huyten, A. Piëtte

De regeling van de verkrijgende verjaring in het Burgerlijk Wetboek brengt mee dat na verloop van twintig jaar een dief van kunstvoorwerpen civielrechtelijk niets meer te duchten heeft. Hij is zelfs eigenaar geworden. Er bestaat echter de mogelijkheid dat hij door het Openbaar Ministerie (strafrechtelijk) vervolgd zou kunnen worden wegens heling indien hij het gestolen goed alsnog probeert te verkopen. Daarnaast bestaan in het strafrecht verschillende mogelijkheden om het gestolen voorwerp aan het bezit van de dief-heler en/of koper-heler te onttrekken. Het strafrecht disharmonieert op dit punt met het privaatrecht. Deze discrepantie tussen strafrecht en privaatrecht zal in het onderstaande stuk nader onderzocht worden.

Verdieping | Studentartikel
Juni 1995
AA19950454

‘Assurance oblige’. De betekenis van verzekering voor contractuele aansprakelijkheid die door een exoneratieclausule gedekt wordt

J.M. van Dunné

Dit arrest behandelt de vraag wie er aansprakelijk is wanneer er een exoneratiebeding is getekend, daarmee samenhangend komt ook de vraag aan de orde of een verzekering dan nog moet uitkeren.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
December 2004
AA20040874

‘Biertje?’

Rechtsvraag (319) Goederen- en insolventierecht

R.J. van Doornmalen, J.A.A.M. Verschure

In de casus bij deze rechtsvraag worden verschillende vragen gesteld op het gebied van het goederen- en insolventierecht.

Perspectief | Rechtsvraag
Maart 2005
AA20050186

‘Biertje?’

Beantwoording rechtsvraag (319) Goederen- en insolventierecht

R.J. van Doornmalen, J.A.A.M. Verschure

Aan de hand van een goederechtelijke casus worden een aantal vragen gesteld en vervolgens uitgewerkt.

Perspectief | Rechtsvraag
September 2005
AA20050769

‘Dansen op rollerskates’: werkgeversaansprakelijkheid voor letsel bij bedrijfsuitjes en personeelsactiviteiten

T. Hartlief

In deze annotatie bij dit arrest van de Hoge Raad komt aan de orde in hoeverre de werkgever aansprakelijk is voor letsel ontstaan aan de zijde van de werknemer bij bedrijfsongevallen. De vordering wordt i.c. gestoeld op art. 7:658 BW en subsidiair op het algemene art. 7:611 BW. Een van de vragen die hier aan de orde komt, is of de schade is opgelopen in de uitoefening van de werkzaamheden. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend waarmee aansprakelijkheid o.g.v. art. 7:658 BW. Het hof houdt de werkgever echter aansprakelijk o.g.v. art. 7:611 BW. De Hoge Raad laat dit oordeel in stand en motiveert duidelijk wat het verschil is tussen aansprakelijkheid o.b.v. art. 7:658 BW in vergelijking met art. 7:611 BW. In de noot wordt e.e.a. in perspectief geplaatst en wordt met name de verschillen tussen aansprakelijkheid die al dan niet uit het werk voortvloeien behandeld aan de hand van lagere jurisprudentie en de toepassing van art. 7:658 en 7:611 BW.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Oktober 2009
AA20090646

‘Een stroom van schade-acties’, een reactie

M.B.M. Loos

Reactie op een eerder redactioneel artikel waarbij er werd ingegaan op de collectieve actie om voorwaarden uit algemene voorwaarden onredelijk bezwarend te laten verklaren.

Opinie | Reactie/nawoord
December 1996
AA19960755

‘Finding Neverland’. Rechtsvraag (331) Goederen- en Zekerhedenrecht

W.M.T. Keukens, R.D. Vriesendorp

Rechtsvraag waarbij het goederen- en zekerhedenrecht centraal staat.

Perspectief | Rechtsvraag
December 2006
AA20060935

‘Hadden wij dan iets afgesproken? Ik ken u niet?

Rechtsbeginselen en de derdenwerking van overeenkomsten

C.E. du Perron

Het belangrijkste beginsel van derdenwerking is het 'geen-derdenwerkingsbeginsel': overeenkomsten zijn alleen van kracht tussen de handelende partijen en kunnen aan derden nadeel noch voordeel brengen. Toch wordt derdenwerking van overeenkomsten in sommige gevallen aanvaard. In deze bijdrage behandel ik kort oorsprong en strekking van het geen-derdenwerkingsbeginsel. Naar aanleiding van een aantal gevallen waarin derdenwerking is aanvaard, ga ik vervolgens in op de vraag met behulp van welke rechtsbeginselen eventueel een rechtvaardiging van derdenwerking kan worden gegeven. Ter inleiding wordt enige aandacht besteed aan de aard van rechtsbeginselen in het algemeen.

Bijzonder nummer | Rechtsbeginselen
Oktober 1991
AA19910848

‘I love Verkeersboetes’

T. Kodrzycki, A. Ringnalda

Een verzekering tot het vergoeden van verkeersboetes is om meerdere reden juridisch niet aanvaardbaar. Onder andere de openbare orde.

Opinie | Redactioneel
Mei 2006
AA20060325

‘In het algemeen vind ik dat je ontzettend voorzichtig moet zijn met het regelen van het inhoudelijke medisch handelen.’

Interview met prof.dr. H.J.J. Leenen

J. Broekhuizen, A.J. Verheij

H.J.J. Leenen werd op 25 juli 1929 geboren te Venlo. Na het gymnasium doorlopen te hebben, studeerde hij rechten in Utrecht, welke studie hij in 1952 afrondde. In 1966 promoveerde hij op het onderwerp 'Sociale grondrechten en gezondheidszorg'. Hij werkte tot september 1970 bij een nationale kruisvereniging en een artsenorganisatie. Daarna werd hij aan de medische faculteit van de Universiteit van Amsterdam (UvA) benoemd tot hoogleraar 'Sociale achtergronden van Gezondheid en Gezondheidszorg'. Leenen is op het gebied van de gezondheidszorg en het gezondheidsrecht zeer aktief geweest, ook op internationaal niveau. Hij is oprichter van de Vereniging voor Gezondheidsrecht, van het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht en van de European Journal of Health Law. Hij publiceerde vele artikelen in binnen- en buitenland en verscheidene boeken, waaronder zijn tweedelig Handboek Gezondheidsrecht. Leenen adviseerde regelmatig de overheid en was lid van vele commissies en organen. Uit die reeks zijn te noemen de Commissie-Festen die in 1973 de regering over de structuur en de financiering van de gezondheidszorg adviseerde, de Commissie-Dekker die hetzelfde in 1987 deed, de Staatscommissie Euthanasie en de Commissie-Leenen die tussen 1978 en 1982 vijf adviezen over de rechten van de patiënt uitbracht. Uit de werkzaamheden van die laatste commissie is onder andere de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) die op 1 april jongstleden in werking is getreden, voortgevloeid. Inmiddels is Leenen al weer enige jaren met emeritaat, maar is nog steeds actief op zijn vakgebied. Leenen wordt wel de founding father van het Nederlands gezondheidsrecht genoemd. In het kader van de Rode draad 'Beroepsaansprakelijkheid' spraken wij op 6 juli van dit jaar met hem in zijn huis in Amsterdam Oost.

Rode draad | Beroepsaansprakelijkheid | Verdieping | Interview
November 1995
AA19950851

‘Unauthorised Agency’: discussies omtrent nog weinig besproken problematiek

D.J.W. Jongsma, D.F.H. Stein

Op zaterdag 10 januari 2009 werd te Amsterdam door het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht van de Radboud Universiteit een congres georganiseerd met als onderwerp onbevoegde vertegenwoordiging (unauthorised agency) in rechtsvergelijkend perspectief. Aanleiding tot het congres vormde het verschijnen van het boek 'The Unauthorised Agent. Perspectives from European and Comparative Law' onder redactie van Danny Busch (advocaat te Amsterdam en senior research fellow aan de Radboud Universiteit) en Laura Macgregor (senior lecturer en directeur van het Edinburgh Centre for Commercial Law at the law school, Edinburgh University). Na een overzicht van de problematiek door Busch en Macgregor werd er gesproken over schijnvertegenwoordiging (apparent authority), bekrachtiging (ratification) en aansprakelijkheid van de falsus procurator.

Verdieping | Studentartikel
Maart 2009
AA20090203

‘What do you mean, Handelsrecht?’

K.F. Haak

In deze bijdrage wordt ingegaan op de verhouding tussen het handelsrecht en het privaatrecht na de invoering van het NBW.

Opinie | Opiniërend artikel
April 1998
AA19980262

Resultaat 1–12 van de 535 resultaten wordt getoond